Heemkundevereniging Schin op Geul

Dorpskalenderfoto van Januari 2023

en

1 januari 2023

Dorpskalender foto Januari 2023:Uitzicht over het Geuldal vanaf het bordes aan de achterzijde van kasteel Genhoes. Op de achtergrond het voormalige hotel De Waterval, thans Huize Rozenhof

Kasteel Genhoes is door de eeuwen heen in bezit geweest van diverse families en deze hebben allemaal hun sporen achtergelaten op of rond het kasteel. Kasteel Genhoes werd diverse malen grondig verbouwd en daarbij werd de omgeving van het kasteel ook vaker heringericht. Dit gebeurde vooral in de 18e en 19e eeuw, toen het kasteel meer de functie van woon- en  buitenverblijf kreeg. Modetrends van diverse epoches zien we dan ook terug in de inrichting van de gebouwen en de tuinen. In 1701 werd kasteel Genhoes gekocht door de in Letland geboren Georg baron van Thunderfeld, generaal-majoor in dienst van Keizer Leopold I van Oostenrijk. Hij liet het kasteel grondig verbouwen en verfraaien naar de smaak en behoefte van die tijd. Waarschijnlijk liet Van Thunderfeld ook de muren (borstwering) rond de binnenplaats en het terras aanleggen. Het is niet bekend of hier ook een tuin werd aangelegd, maar het is zeker aannemelijk dat er een geometrische tuin met zichtassen was naar de mode van die tijd. 

Omstreeks 1700 werd een tuinpaviljoen (eendenhuisje) gebouwd ten zuidwesten van het kasteel, op de splitsing van de binnen- en buitengracht. Samen met het fonteinbassin was dit paviljoen een belangrijk sierelement in de tuinen van Genhoes. 

Na Van Thunderfeld was de rijke bankier en lakenfabrikant Leonard Thimus uit Aken en Eupen de eigenaar van Genhoes. Hij had Genhoes waarschijnlijk aangekocht als woonhuis voor dochter Catharina Theresia en haar echtgenoot Johann Friedrich von Pelser, heer van Berensberg (nabij Aken). Door het onverwachte, vroegtijdige overlijden van Catharina Theresia in 1750 kwam Genhoes nu aan Johann Friedrich. In 1766 werd hij door de Oostenrijkse keizer Jozef II in de adelstand verheven en mocht zich voortaan Von Pelser Berensberg noemen. Genhoes werd als buitenplaats gebruikt door Von Pelser, die een stadswoning in Aken had. Genhoes werd grondig onderhanden genomen door de gerenommeerde Akense architect Johann Joseph Couven. Mogelijk heeft Couven ook de sierhekken en het stenen beeld van Hercules ontworpen. Er is geen concreet bewijs dat Couven de tuinen heeft ontworpen op Genhoes. Het is dus niet duidelijk of de parkornamenten in een bestaand park gezet werden (gecreëerd ten tijde van Von Thunderfeld) of dat tegelijkertijd de aanleg werd gerealiseerd door Couven (ten tijde van Von Pelser). 

Na het overlijden van Leonard von Pelser Berensberg in 1832 kwam Genhoes aan zijn zoon Johann, en vevolgens aan zijn minderjarige zoon Felix. In totaal was dit bezit 84 bunder, 84 grote roede en 2 kleine roede groot (een kleine 85 hectare), volgens het kadaster van 1841. Felix erfde van zijn tante Maria Augusta ook de Struchterhof en het Panhuis. De percelen nabij het kasteelcomplex waren in gebruik als ‘tuin’. De kadastrale omschrijving van ‘tuin’ duidt op een nutstuin (moes- of fruittuin). De tuinen van Genhoes zullen dus een sterk functioneel karakter hebben gehad, wellicht wel met een zekere sierwaarde. Het terrein ten zuiden van de kasteelgracht stond genoteerd als ‘lustbosch’, een klein parkbos, mogelijk met slingerende wandelpaden. 

Vanaf augustus 1988 wordt het kasteel bewoond door de schilder Leendert van Dijk en zijn echtgenote Rita van Dijk-Franx. Zij hebben het kasteelexterieur van Genhoes met veel liefde gerestaureerd. Op de binnenplaats van het kasteel werd een nieuwe binnentuin aangeplant. Ook ging men aan de slag met de kasteeltuin. 

Op de foto zien we de ommuurde gracht ten noord-oosten van het kasteel. Doordat de tuinen verdeeld zijn in verschillende compartimenten en niveau’s ontstaat er vanaf het hoger gelegen bordes een prachtig uitzicht over de achterliggende tuin en het geuldal.