September 1944: Amerikaanse soldaten tijdens de bevrijding bij het huis van de familie Vrancken in Oud-Valkenburg. Op de achtergrond de pastorie van de kerk van Oud Valkenburg.
80 jaar Bevrijding
Op woensdag 13 september werden door de Duitsers de bruggen over de Geul opgeblazen om de Amerikaanse opmars te vertragen. Ook begonnen de eerste beschietingen over en weer. Praktisch iedereen zocht beschutting in een van de verschillende schuilkelders of in eigen kelders. Het waren angstige dagen voor onze dorpsgenoten. Op 14 september drongen de Amerikanen door tot in Strucht. De inwoners moesten zich schuilhouden omdat de Duitse artillerie bleef schieten. Op 15 september werd Harie Knoren uit Walem getroffen door een fosforgranaat en is kort daarna overleden. Vrijdag 16 september waren de Amerikanen opgerukt tot in de dorpskern en in het “lage” gedeelte van Walem. Op zondag 17 september was ons dorp helemaal bevrijd. Voor de familie Meurs uit Dolberg (Klimmen),
vlakbij Walem verliep deze dag dramatisch. Een granaat afgevuurd door een Amerikaanse tank vanuit Walem doodde boer Jan Meurs en twee van zijn kinderen, hun knecht en dienstbode en een buurmeisje.
De bevrijding betekende het einde van de bezetting met haar afschuwelijke gevolgen. Niet meer bang zijn voor de bezetters, voor verklikkers, voor de bommenwerpers, het luchtalarm, voor tewerkstelling in Duitsland. Weer vrij je eigen mening kunnen zeggen en radio en kranten werden bevrijd van de censuur.
In ons dorp hadden wij het relatief makkelijk om de oorlogsjaren door te komen in vergelijking met vele andere landgenoten. Door de verhalen is het beeld ontstaan van Amerikaanse soldaten die sigaretten en chocolade uitdeelden alsof alle ellende voorbij was. De werkelijkheid was anders en het eerste wat er moest gebeuren was het herstellen van beschadigde daken en ruiten die door het geweld waren beschadigd of geheel vernield. Er was echter een groot tekort aan allerlei materialen en vooral veel ramen werden provisorisch
dicht getimmerd.
De voedselvoorziening was penibel. Doordat de meeste dorpsgenoten eigen groenten, fruit, kippen en vaak een varken hadden en er verscheidene bakovens waren heeft men geen honger hoeven te leiden, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Heerlen en Maastricht, waar met behulp van gaarkeukens de inwoners voorzien moesten worden van voedsel. Tegelijk vond er de inkwartiering van Amerikaanse soldaten plaats in de school en bij veel particulieren. In de winkels kon je veruit de meeste artikelen alleen met distributiebonnen krijgen en het duurde nog geruime tijd alvorens het meest noodzakelijke weer volop te krijgen zou zijn.
Het openbaar vervoer functioneerde niet en bedenk daarbij dat in ons dorp maar twee of drie autobezitters waren. Er was een avondklok en na negen uur mocht men niet op de openbare weg komen. Ook moesten de ramen verduisterd zijn. Op 25 september dreven de Duitsers de 30.000 inwoners van Kerkrade in de richting van de Amerikaanse linies.
In ons dorp kwamen ongeveer vierhonderd vluchtelingen terecht die op tal van adressen onderdak kregen. Een aantal vluchtelingen heeft na enkele dagen bij kennissen en familie onderdak gevonden. Het Rode Kruis heeft de mensen brood en warm eten bezorgd. Pas op 24 oktober mochten de Kerkradenaren terug naar huis.
Ook was er nog altijd het gevaar van Duitse V2 (vliegende bommen) die de Duitsers afschoten en konden neerstorten. In Vaals-Holset kwam op 16 november een V2 neer en daarbij kwamen zeven mensen om het leven. De Amerikanen begonnen op 2 oktober met de grote aanval op Aken en op 21 oktober gaven de Duitsers zich over. In december 1944 proberen de Duitsers met een groot offensief via de
Ardennen de geallieerde legers terug te slaan.
Voor onze dorpsgenoten was het weer een angstige, spannende tijd. Na de Duitse nederlaag in de Ardennen werd het allemaal iets rustiger en begin maart vertrokken de Amerikanen uit ons dorp. In Schin op Geul werd intussen met spanning afgewacht of de zeven
dorpsgenoten die in Duitsland moesten werken zonder kleerscheuren de oorlog zouden overleven. Tussen 10 maart en 4 juli 1945 zijn deze gelukkig veilig teruggekeerd.
Voor de vele mijnwerkers was er vanaf eind september busvervoer, eerst naar de mijnen Emma en Hendrik en vanaf eind november naar de Oranje Nassau mijnen. Pas vanaf 6 april 1945 reden weer personentreinen op de lijn Maastricht-Heerlen. In januari 1945 werd de voedselvoorziening langzaam beter, al bleven tal van spullen niet of nauwelijks leverbaar. In het door de Heemkundevereniging uitgegeven boek Oorlogsherinneringen uit 1994 staat als laatste regel: Dat de sombere tijd van oorlog en bezetting toch ook nog iets positiefs opleverde, wordt misschien wel het beste verwoord door Gerard (Sjir) Straaten:
Iedereen hielp iedereen en zo moest het eigenlijk altijd zijn.
Geraadpleegde bron; Oorlogsherinneringen 1939-1945 – Heemkundevereniging Schin op Geul)

