3 Maart 1929: schaatswedstrijd op de vijver van kasteel Schaloen met deelnemers uit Oud-Valkenburg en omgeving.
Zo gauw de temperatuur onder nul komt begint het wintervirus bij veel mensen al weer te kriebelen. Zou de vorst doorzetten en zorgen voor een dikke laag ijs op vijvers en grachten, zodat we weer kunnen schaatsen of glijden over het ijs?
“It giet oan” zeggen ze dan in Friesland; de ijspret kon beginnen.
Als kind kan ik mij nog goed het schaatsplezier op kasteel Genhoes en Schaloen herinneren. Wanneer het enkele dagen gevroren had gingen de eerste waaghalzen het ijs op. Het kraakte dan nog gevaarlijk en de eerste barsten kwamen in het ijs. Maar als één schaatser over de dam is dan volgen er meer. Al snel was alle jeugd van Sjin, Oud-Valkenburg en omstreken op het ijs.
Het was vaak een heel gedoe om de schaatsen, met koude handen en voeten, onder de schoenen of laarzen te binden. Kunstschaatsen waren nog niet voor iedereen weggelegd en daarom moesten de meesten van ons het doen met houten Friese onderbinders of doorlopers. Later zag je steeds meer schaatsen met schoenen, zoals de kunst- en ijshockeyschaatsen en de Noorse schaatsen (Noren).
Schaatsen was, zeker in het begin, een kwestie van vallen en opstaan. Maar ondanks alle ongemakken, zoals koude voeten, blauwe plekken en vastbinden of lospeuteren van de bevroren veters met verkleumde handen, was het altijd prachtig om op het ijs van de kasteelgrachten te schaatsen of gewoon te spelen en te glijden (te keije).
En na een aantal uren schaatsplezier en ijspret moesten we ervoor zorgen dat we voor het donker weer thuis waren. Langs het Geulpaadje of door “de baende” liepen we dan te voet naar huis. Thuis aangekomen zochten we een warm en behaaglijk plekje bij de kachel, waarin de antraciet of eierkolen gloeiden. We kropen zo dicht mogelijk bij de haard, zodat de warme gloed ons goed kon verwarmen. Moeder zette een kopje warme chocolademelk en onze handen en voeten begonnen langzaam te ontdooien en te tintelen.
Er werden soms ook schaatswedstrijden op de gracht van kasteel Schaloen verreden.
Op de foto, die niet in 1925 maar op 3 maart 1929 werd genomen, zien we de jeugd en jong volwassenen van Oud-Valkenburg en omstreken.
Ze hadden zich op het ijs verzameld voor de kampioenschappen van “’t Geuldal”. Er verschenen een vijftiental deelnemers aan de start, zowel mannen als vrouwen, voor het rijden van diverse afstanden. Voor de mannen stonden de 500m, 1500m en 5000m op het programma. Voor de vrouwen de 500m en 3000m. Daarnaast was er ook nog een “hardrijderij” voor paren. Deze werd gewonnen door Mia Bours en Jules Willems uit
Oud-Valkenburg. Kampioen van het totaal klassement werd F. Willems uit Oud Valkenburg. In de Limburger Koerier van maandag 4 maart 1929 kunt u alle uitslagen van dit kampioenschap lezen.
Het artikel is ook te vinden op de website van de Heemkundevereniging (https://heemkundesjin.nl)
Op de foto:
- Vic Willems 16. Maria Willems
- Funs de Bie 20. Sophie Willems-Diederen
- Alex Willems 22. Jules Willems
- Felix Willems
Veel namen zijn nog onbekend. Misschien kunt u ons verder helpen en herkent u nog mensen op de foto. We horen het graag.

