De Poetekapel van Fanfare Sint Cornelius tijdens de carnavalsoptocht van 1998.
Carnaval en muziek zijn een twee-eenheid. Carnaval vieren zonder muziek is dan ook ondenkbaar. De dans van het dansmarieke, polonaise lopen, de carnavalsoptocht, de carnavalszitting, de prinsen-proclamatie; enkele voorbeelden van carnavalsactiviteiten die omlijst worden met muziek. Liedjes die ofwel extra voor de carnaval gecomponeerd en geschreven zijn of er wordt gehost en gesprongen op bestaande muziek uit allerlei muziekgenres zoals popmuziek, house en zelfs muziek uit opera’s. Om de carnavalsactiviteiten muzikaal te ondersteunen werden in de vijftiger jaren van de vorige eeuw muziekgroepen opgericht die alleen met de carnaval actief waren. Het waren veelal vriendengroepen, families, carnavalsgekken of muzikanten uit de plaatselijke harmonie of fanfare die het leuk vonden om samen muziek te maken tijdens de carnavalsdagen of carnavalsactiviteiten. 11 En zo werden er op veel plaatsen in Limburg hermeniekes, joekskapellen of sjpaskapellen opgericht. Omdat carnaval en drank onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn is dat ook zo met de muziek van de “hermeniekes” en zo werd de naam al gauw veranderd in “de zaate hermenie”. De naam is vaak ook een verwijzing naar de kwaliteit van de gemaakte muziek, want de nadruk ligt niet op het goede spel maar op de gezelligheid om samen muziek te maken. Het motto van de zaate hermeniekes was dan ook “zonger drank geine klank”. Gezelligheid staat voorop en iedereen moet mee kunnen doen. Naast blaasinstrumenten, zoals trompetten, tuba’s, trombones en saxofoons wordt de muziek van de zaate hermenie ondersteunt door ritmische instrumenten zoals trom, dikke trom, bekkens, tamboerijn en de zelfgemaakte schellenboom of schellenraam. Zoals gezegd, iedereen moet mee kunnen doen: van jong tot oud en van leek tot geoefend muzikant. Samen muziek maken tijdens de vastelaovend in een kleurrijk carnavalspakje. In 1996 en 1997 maakte de Zaate Hermenie “de Poetekapel” deel uit van de Sjinse Vastelaovend. Dit muzikale gezelschap bestond voornamelijk uit een groot aantal leerlingen van fanfare St. Cornelius. Ze werden ondersteund door een aantal enthousiaste ouders, waaronder Will van Kempen, die de leiding nam bij het naaien van de kostuums: paarse voor de jongens en roze voor de meiden. Sjef Baadjou uit Walem bouwde in zijn garage een grote box waarmee de Poetekapel de optocht van 1996 trotseerde. Naast hun optreden in de optocht, zorgde deze zaate hermenie ook voor de muzikale omlijsting tijdens de spaarclubavond in café A ge Pannes en het uitgeleide van de prins en het teruggooien van de waterrat in de Geul, het symbool van de Sjinse Vastelaovend, op carnavalsdinsdag. Schin op Geul heeft in de loop der jaren maar liefst vier zaate hermeniekes gekend: de Geultröters, de Poetekapel, Akseptabel Gesjravel en de Qnalkapel. Deze groepen hebben elk op hun eigen manier bijgedragen aan de rijke carnavalscultuur en het feestelijke karakter van de regio, waarbij ze de gemeenschap samenbrachten met hun muziek en gezelligheid. Hun inzet en enthousiasme zorgden voor onvergetelijke momenten tijdens de Vastelaovend, een traditie die in Schin op Geul nog altijd springlevend is.
1. Rik Hodiamont, 2. Dominique Steijns, 3. Esther Honings, 4. Marnix Koster, 5. Anke van Weersch, 6. Vera Baadjou, 7. Menno Hodiamont,
8. Roel van Weersch, 9. Erik van Kempen, 10. Floris van Noort, 11. Linsey van den Hove.

